OLD HENGEL

De historie van Hengelo Gld

 

 

 


 

19e EEUW

 

Het faillissement Poesse, Wansink & Co.

Bron: Archief Morsink, Gemeentearchief

Genoemd faillissement was in 1885 niet alleen een drama voor Hengelo Gld., maar maakte over het hele land slachtoffers.

De firmant G.L. Poesse, de hoofdpersoon van deze firma, werd wegens een voetgebrek, waardoor hij mank liep, in de volksmond “de kromme Poesse” genoemd. Hetgeen hier wordt medegedeeld, heb ik van personen (o.a. L.J.C. Gijsbers) die hem en zijn medefirmanten persoonlijk hebben gekend; ook in handel en wandel. Hun mededelingen zijn absoluut betrouwbaar. Het is niet mogelijk alles weer te geven; het volgende is slechts een gedeelte van alles, maar werpt een voldoende licht op het geheel.

 

Poesse wordt getekend als een persoon die in de handel en zakenleven tot en met uitgeslapen was. Hij was daarbij, hetgeen gedeeltelijk ook voor de medefirmanten gold, niet al te nauwgezet van geweten. Een voorbeeld van de mentaliteit van Poesse: het kwam soms voor dat een partij worst die de firma had afgeleverd wegens ondeugdelijkheid werd afgekeurd en retour kwam (afkeuren betekende in die tijd al wel iets!). Poesse wist daar wel een middeltje op. Zodra de worst terug kwam, werd deze opnieuw bewerkt. Poesse gaf dan aan het personeel opdracht om in de worst meer daniël te doen, een ander woord voor veel kruiden. De worst werd dan vaak daarna alsnog goedgekeurd.

Stond Poesse slecht bekend, zijn vrouw was zeker niet zijn mindere! Bovendien stond zij bekend als een pittige tante, die je niet tegen je moest hebben. Samen stonden ze bekend als “goede zakenlieden”, die het financieel goed voor de wind ging. Over de manier waarop zullen we het maar niet hebben.

 

In 1880 brandde het pand van Poesse aan de Banninkstraat geheel af en werd terstond weer opgebouwd. De oorzaak van de brand is nimmer bekend geworden. Betreffende het faillissement zijn wel enige gegevens bekend en daarnaast wat bekend was uit de volksmond (“vox populi, vox Dei!). Bij de burgers was algemeen bekend dat het personeel stal als de raven. Naar mijn mening kan dit niet alleen de reden geweest zijn. Hier zou wel eens van opzet sprake geweest kunnen zijn. De financiële positie schijnt er bij Poesse door de brand niet slechter van zijn geworden. Nog voordat het faillissement uitgesproken, was Poesse in Vorden al bezig met het bouwen van een nieuwe fabriek. Deze vleeswarenfabriek heeft nog tot heel lang in de 20e eeuw bestaan.

Financieel heeft Poesse goed geboerd, maar volgens het volk had hij geen gerust geweten. Als er bv. Onweer op komst was, kroop hij doodsbang in de kelder. Hij bleef verder tot zijn dood in Vorden wonen.

 

De andere firmant H.S.J. Wansink heeft na het faillissement zijn kruideniersbedrijf voortgezet. Later heeft hier aan een graan- en meelhandel verbonden en daarnaast ook een slijterij van sterke drank. Deze zaak groeide uit tot een van de grootste van Hengelo.

Wansink stierf in 1923. Ik was toen reeds drie jaar in de gemeente woonachtig, maar heb hem nimmer ontmoet. Hij kwam in zijn laatste jaren niet meer buiten; andere beschreven hem als een “levend wrak”. Of deze bewering juist was, wil ik niet beoordelen. Zijn oude dag was, ondanks zijn goede financiële positie, bepaald niet rooskleurig. De verhalen over de gebeurtenissen na het faillissement stemmen wel tot nadenken. Volgens mijn persoonlijke overtuiging heeft het zaken doen hem wel middelen verschaft, maar geen gewetensrust.

 

Thans rest nog de kleinste firmant: A.G. Brinkgreve. Hij was al voor het faillissement overleden. Zijn bedrijfje werd wel “Firma Doof en Blind” genoemd, omdat Brinkgreve beide gebreken vertoonde. Zijn weduwe werd er wel door meegesleept. Zij had een uurwerkwinkel en verkocht ook goud- en zilverwerk in een pand aan de Spalstraat. Na 1886 vertrok zij naar Zelhem en vervolgens naar Borculo. In beide plaatsen ging zij failliet. Hierna vestigde zij zich weer in Hengelo aan de Kerkstraat, waar “alles” door brand verloren ging. Merkwaardig was wel dat een groot aantal artikelen in haar volgende pand aan de Banninkstraat opnieuw te koop stonden. Later vestigde zij zich weer aan de Raadhuisstraat. Haar dochter trouwde met een Buunk en had daar een bloeiende manufacturenzaak (fa. H.J. Buunk & Zn.).

Met dit korte relaas heb ik enkele feiten uit de geschiedenis van dit dorp willen vastleggen.

 

G.J. Morsink, 10-2-1955

 

Commentaar: in dit ‘relaas’ is alleen sprake van insinuaties en vermoedens. Geen enkel bewijs of vaststaand feit komt naar boven. Helaas.

 

 

Poesse in uurwerken, margarine en spek

 

Bron: Gelders Dagblad, 15-4-1995

 

Gerrit Jan Poesse trouwde in 1797 in Laren met Harmina Haarman. Het echtpaar kreeg elf kinderen, waarvan twee vroeg overleden. In 1812 bij de komst van de burgerlijke stand werd de naam Poesse officieel aangenomen. Het zevende kind Anthony Poesse leerde van een oom het vak van horlogeriemaker. Anthony vetrok in 1838 uit Laren om in Hengelo als reparateur van klokken en horloges te gaan werken. Hij trouwde met Johanna Holterman uit Laren. In die dagen ging de reparateur de klokken bij boeren en dorpsbewoners aan huis opwinden en meteen schoonmaken. Hij at dan aantafel mee met het gezin. Anthony kreeg ook het onderhoud van het torenuurwerk in Hengelo. Dit moest tussen 1849 en 1852 worden schoongemaakt en gerepareerd en daar kreeg hij 16 gulden voor. Hij was in de jaren 1850-1855 raadslid en overleed in 1867. Zijn oudste dochter trouwde in 1864 met de medewerker van de zaak, Adriaan Gerhard Brinkgreve. De klokkenzaak heeft waarschijnlijk tot het beghin van de 20e eeuw bestaan.

De Poesses woonden aanvankelijk aan de Banninkstraat waar zoon Hermanus Lambertus een spekslagerij en zijn broer een winkel had. De weduwe Poesse en zoon begonnen in 1865 een margarinefabriek, waarvan de naam in 1879 werd veranderd in Poesse-Wansink & Co. Het was destijds de enige fabriek van Hengelo. Er werkten in 1881 acht mannen, een vrouw en een kind. De fabriek draaide op stoomkracht. Op kracht van de stoommachine kon ook koren worden gemalen.

In het woonhuis van Poesse brak op 18 december 1880 een grote brand uit. Om half zeven ‘s morgens luidden de brandklokken. Samen met de spuitgasten uit Vorden kon de brandweer van Hengelo de boterfabriek met spoek- en worstrokerij redden. Twee paarden en drie koeien kwamen in de vlammen om. Bewaard is een betaalde rekening van ƒ437,66 van 6 april 1882, door de fa. Poesse-Wansink & Co gestuurd aan ’t Oude en Nieuwe Gasthuis in Zutphen. In 1886 werden na faillissement openbaar verkocht door notaris Alberti: vier vrachtwagens, een jachtwagen op veren, stortkar, ploeg, eggen, paardentuig, hooi, stro, haver, olie- en vetvaten, botervaatjes, tonnen, pakkisten, enz. In deze periode zijn veel bedrijven in Nederland failliet gegaan.

Na de brand zijn de Poesses vermoedelijk aan de Spalstraat 16 gaan wonen. In 1886 blijkt dat het bedrijf met slachterij, zouterij en winkel aan de Spalstraat 16 is voortgezet door D.J. Jansen. De Hengelose Engros Slachterij slachtte maandag 20 december 1954 het tienduizendste varken.

Dochters van het gezin Poesse trouwden met de heren Klem, Langeler en Wansink, waarvan nog steeds nazaten in Hengelo wonen. De oudste zoon uit het gezin van Anthony, Gerhardus Johannes Poesse, trouwde in 1868 in Hengelo met Berendina Bosch. Van de 9 kinderen zijn er 4 jong gestorven. Een anderhalf jarig zoontje verdronk bij de buren in de put. Gerhardus zat in de gemeenteraad en werd in 1880 gekozen als ‘zetter’: het rondbrengen van belastingaanslagen was een erebaantje voor bepaalde burgers.

Het gezin vertrok in 1886 naar Vorden. De jongste zoon werd de latere vader van mevrouw Poesse uit Zutphen. Een andere zoon werd spekslager en een werd worstfabrikant. Het gezin woonde in de worstfabriek in Vorden. De weg erlangs was zo modderig dat in 1898 tot verharding werd besloten.

In de jaren 1920-1924 werd vlees uitgevoerd naar Engeland, Frankrijk en Amerika. In 1949 kocht de firma Welling uit Borculo de fabriek, die later overging naar Coveco en in 1970 is gestopt.

 

 

Boekje Vorden

 

NV Eerste Geldersche Vleeswarenfabriek

Deze fabriek vond zijn oorsprong in een slagerij aan de Banninkstraat in Hengelo Gld. In 1886 vertrok de fa. Poesse-Bosch na een faillissement naar Vorden. Een van de redenen was de mogelijkheid van spoorvervoer.

Onder G.J. Poesse groeide de onderneming uit tot een fabriek die in 1901 twintig werknemers had. De gefabriceerde worst werd deels in het binnenland, deels ook in Duitsland afgezet. De omzetting in de NV-vorm kreeg in 1913 zijn beslag. Directeuren werden G.J. Poesse (overleden op 10 februari 1914) en H.G. Poesse (overleden op 10 oktober 1960). Nu werd er ook geëxporteerd naar België, Frankrijk en Engeland. In 1915 werden de activiteiten uitgebreid met een exportslachterij. Een jaar later kwam het bedrijf stil te liggen door de oorlog.

Onder de naam Swift werden toen een aantal jaren klompen gemaakt. In 1919 werd de klompenvoorraad e.d. verkocht en ging men weer verder met vlees.

In de jaren 1920-1922 werkten er zo’n 20 mensen. Engeland, Frankrijk en Amerika waren de afnemers. Blijkbaar stond ‘Poesse’ goed aangeschreven bij de gemeente, want die schonk in 1924 een drie-armige lantaarn en maakte een plantsoen voor de fabriek.

Aan het eind van de jaren dertig waren er problemen met de uitvoer van bacon. Tijdens de oorlog 1940-1945 werd de fabriek gesloten.

Na de oorlog begon men weer, nu onder leiding van de heren Biesheuvel en Damen. In 1949 kocht de fa. Welling uit Borculo de fabriek, die later overging naar Coveco.

Een aantal van 120 werknemers gaf aan dat de fabriek een behoorlijke omvang kreeg. De geproduceerde bacon werd veel naar Engeland verkocht, terwijl de vleeswaren voor eigen land en Amerika bestemd waren. In 1970 werd de produktie in 1970 gestopt. Daarna vestigden zich in het gebouw enkele kleinere bedrijven (sportschool).

 

 

 

De familie Poesse

Door R. Poesse

Uit: Oostgelders tijdschrift voor genealogie en boerderijonderzoek 1984-1986

 

Anthonie Poesse, in 1811 in Laren geboren, vertrok in 1830 naar Hengelo G. Hij trouwde op 8 februari 1839 in Laren met Johanna Holterman. Na hun huwelijk gingen ze weer naar Hengelo. Hij was klokkenmaker en ging de boer op met klokken repareren en opwinden.

De oudste zoon was Gerhardus Johannes, geb. 10 december 1839. Hij trouwde op 21 augustus 1868 met Berendina Bosch. Ze kregen 9 kinderen, waarvan 2 meisjes en 2 jongens vroeg overleden. Een van de jongens is in de put bij Kleyberg verdronken, daarna kwam een deksel op de put.

Gerard Poesse begon met een klein margarinefabriekje in Hengelo. Het geld leende hij van een bank in Amsterdam. De bank ging failliet en het fabriekje ook.

De man die de margarine maakte trouwde later met een dochter van Jurriëns van den Berg. Daarna begon grootvader Gerard met een klein slachterijtje aan de Banninkstraat. Dat brandde in 1880 uit. Daarna is de familie in 1886 naar Vorden vertrokken, dat gunstiger aan een spoorlijn lag.

In Hengelo had grootmoeder naast de huishouding ook de voerlui in de kost, die de wagens met vlees naar Doetinchem en Zutphen brachten. Er is mij verteld, dat zij stiekem smokkelwaren in de wagens stopten als opa niet keek. Dit ging dan naar Duitsland (tijdens Frans-Duitse oorlog 1870-1871). Mijn grootvader had zelf een koetsier met een klein rijtuig en als hij voor zaken in de omgeving moest zijn, reed de koetsier en kon hij zelf slapen.

 

 

Boter- en margarinefabriek Fa. Poesse, Wansink & Co. te Hengelo Gld

G. Morsink, Gemeentearchief Hengelo Gld.

 

Voor 1880 was in deze gemeente reeds een boter- en maragrinefabriek gevestigd. Onder de naam van Fa. Poesse, Wansink & Co. werd dit bedrijf uitgeoefend. De firmanaam had zijn ontstaan te danken aan de namen Poesse en Wansink. Co. stond voor Brinkgreve.

 

De hoofdpersonen:

  1. Hendrik Simon Jacob Wansink, geboren 22 januari 1852 te Vorden; overleden 17 maart 1923. Huwde 22 september 1875 Anthonia Poesse, geboren 9 april 1851 te Hengelo Gld. Was een zuster van Herman en Gerard Poesse. Wansink was van beroep aanvankelijk huisschilder en vestigde zich in Hengelo op 30 juli 1875, komende van Zwolle.

  2. Anthony Poesse, geboren 5 november 1811 te Laren. Van beroep horlogemaker. Overleden 13 september 1867. Was gehuwd met Johanna Holterman, geboren 7 oktober 1815 te Laren, overleden 2 juni 1872. Ze vestigden zich in februari 1839 in Hengelo in het pand A14 (=later A96, A119, A149, A267 en Raadhuisstraat 11). In dit pand woonde toen Gerrit Voskamp, eigenaar van cafe De Zon. In het bevolkingsregister stond aangetekend: “in de keuken”, wat betekende dat Voskamp aan Poesse “inwoning verleende”. Tussen 1860 en 1867 stond voor Poesse ‘winkelier’ als beroep vermeld.

  3. Adriaan Gerhard Brinkgreve, geboren 6 juli 1840 te Deventer, ‘horologiemakersknecht’. Huwde op 27 mei 1865 met Johanna Frederika Poesse, geboren 28 oktober 1841, overleden 24 september 1914 en ook een dochter van Anthony en zus van Anthonia, Herman en Gerard. Brinkgreve woonde A95 (=A118), naast Voskamp dus.

  4. Hermanus Lambertus Poesse, geboren 17 mei 1845, overleden 2 juni 1875 (net 30 jaar dus). In 1870 woonde hij in het pand A119 (bij Voskamp dus) en als beroep stond voor hem vermeld: spekslager.

  5. Gerhardus Johannes Poesse, geboren 10 december 1839 (de oudste zoon), van beroep winkelier. Huwde met Berendina Bosch, geboren 10 mei 1841. Hij volgde volgens Morsink Herman op, maar dat lijkt me dubieus, omdat Gerard 6 jaar ouder was.

  6. Derk Jan Jansen, geboren 10 augustus 1863 te Doetinchem. Huwde met Johanna Christina Colenbrander, geboren 15 juli 1863 te Ambt-Doetinchem. Vestigden zich op 27 december 1886 ten huize van Gerard Poesse als winkelier/winkelbediende. Uit dit huwelijk werden 2 kinderen geboren: Derk Johan (2-12-1883 / 28-12-1888) en Wilhelmina Fredrika (18 september 1886 geboren te Ambt-Doetinchem. Huwde later met mr. dr. B.J. Nöthorn, later weer van gescheiden. Jansen vestigde zich eerst in A119 (ook al) en later A247, =thans Spalstraat 16).

 

Margarinefabriek

Op 19 oktober 1878 werd aan de firma A. Poesse en Zoon vergunning verleend tot het oprichten van een botermargarinefabriek. De firma omvatte een uitgebreide familierelatie met als hoofdpersonen Wansink en Gerard Poesse.

Met ingang van 17 oktober 1879 werd het bedrijf officieel gedreven door de firma Poesse, Wansink & Co. Eigenaren: Hendrik Wansink, Gerard Poesse en Adriaan Brinkgreve. Waarom Brinkgreve het niet verder schopte dan “CO.” In de naam is niet duidelijk.

Morsink vermoedde dat ze financieel alle drie een even groot aandeel zouden hebben. Volgens zijn inlichtingen was de “moraal” van de drie op financieel terrein niet hoog (gebaseerd op mondelinge gegevens).

Het pand was oorspronkelijk gevestigd in een pand waar nu Spalstraat 14-16-16A en 18 zijn gevestigd. Onder deze panden bevinden zich thans nog grote opslagkelders. Achter dit bedrijf stond een grote stoomkorenmolen op de plek waar nu panden Spalstraat 20 en 22 staan.

 

De margarinefabriek heeft niet zo lang bestaan. Al vrij kort na de oprichting werd een spekslagerij opgericht, zodat toen twee bedrijven onder één beheer kwamen. Met de stoomkorenmolen erbij, eigenlijk drie. Het merkwaardige was dat de spekslagerij het minste werd genoemd, terwijl dit eigenlijk het begin was van de Hengelose Exportslachterij D.J. Jansen. Van de margarinefabriek en de stoomkorenmolen is niets over gebleven.

 

Op 18 december 1880 brak brand uit in het woon- en winkelhuis, alsmede in de daarbij behorende bedrijfsruimten. Op dat tijdstip was het nog altijd het pand van de Wed. A. Poesse & Zn; zo was de naam. Volgens het gemeenteverslag van 1880 werd bijna alles door de brand vernield. Onder meer werd vermeld dat twee paarden en 3 runderen in de vlammen omkwamen. Blijkbaar bevond de brandhaard zich in de spekslagerij, want volgens inlichtingen van oud-Hengeloërs, die het als klein kind nog hadden meegemaakt, vlogen tijdens de brand “grote stukken spek door de lucht en op betrekkelijk grote afstand weer neergekomen.” Dit betekent dat de spekslagerij van een behoorlijke omvang moet zijn geweest en er een intense brand heeft gewoed.

Blijkens een andere vermelding in het gemeenteverslag is de margarinefabriek niet geheel verloren gegaan of zelfs voor het grootste deel intact gebleven. Ook de stoomkorenmolen is bij de brand niet verloren gegaan.

Volgens het gemeenteverslag van 1887 is de margarinefabriek in dat jaar opgeheven, waarmee deze industrie voor Hengelo aan zijn einde kwam. Gerard Poesse was een jaar eerder al met zijn vrouw naar Vorden vertrokken.

 

In december 1886 had zich ten huize van Gerard Poesse, na diens verhuizing, D.J. Jansen gevestigd. Hij nam de winkel en het bedrijf over.

Hendrik Wansink begon na 1886 zelfstandig een eigen bedrijf van koloniale en aanverwante artikelen, alsmede daaraan verbonden een handel in landbouwzaden, kunstmestartikelen enz. Ook begon hij een graan- en meelhandel en een café annex slijterij. Dit werd later overgenomen door zijn zoon Johan en bleef ook later in de familie.

 

Door Adriaan Brinkgreve werd een nieuwe zaak opgericht (was al gestorven?), nl. in manufacturen met als nevenbedrijf de verkoop van goud- en zilverwerk. De manufacturenzaak heeft nog lang bestaan, later door fa. H.J. Buunk & Zn. (schoonzoon en kleinzoon van Brinkgreve).

 

Morsink, 1959.

 

 


Home