OLD HENGEL

 

De historie van Hengelo Gld

 


 

19e EEUW

 

 

Landgoed ‘t Waerle

 

Tien minuten gaans buiten het dorp, aan weerszijden van de stille Aaltenseweg, was vroeger gelegen het mooie landgoed 't Waerle, het landhuis aan de rechterkant. ‘t Waerle met zijn bossen, lanen en vijvers was op mooie zondagmid­dagen de geliefkoosde wandelplaats van dorpelingen en ze brachten destijds meteen een bezoek aan begraafplaats De Waerlerkamp. Op schone zomeravonden schoot Amor daar in rijke mate zijn pijlen af. In de strenge winters was ‘t Waerle een dorado voor de schaa­tsliefhebber. Reeds in de zeventiger jaren (van de 19e eeuw) stonden er kraampjes met verversingen en versnaperingen op het ijs. Op zondag 9 februari 1873 was de baan zo zwaar belast, dat zij doorboog. Plotseling zakten ongeveer 20 jongens en meisjes, die hand in hand reden, door het ijs. De meesten konden zich zelf redden; een 17-jarig meisje sprong met gevaar voor eigen leven in het gat, om haar 15-jarige broer te redden, hetgeen gelukte.

 

Wat de betekenis van de naam Waerle is, is onzeker. Vast staat wel, dat deze naam – ook wel Waerlo of Waarlo – een samenstelling bevat van het algemeen in plaatsnamen voorkomende ‘lo’, wat bos of bosrijke plaats betekent. Het vermoeden bestaat dat ‘Waar’

Een samentrekking kan zijn van het in Gelderland veel voorkomende voornaam Wander. Dat zou kunnen kloppen getuige een familiestaat die in 1668 een Wander ter Waerle / Lenderinck noemt.

De naam Waarlo (dan wel Waerle) komt al eeuwenlang voor in Hengelo en omgeving en nog steeds.

Volgens het Verpondingskohier van het Richterampt Hengelloe uit 1650 was ‘t Waerle destijds een aanzienlijke boerderij onder de buurtschap Dunsborg, bestaande uit huis en hof, een boomgaard, bouwland en weiland.

Het behoorde toe aan Coenraad van Munster, stadhouder van de Landdrost van Zutphen en rentmeester van de geestelijke goederen. Hij werd opgevolgd door zijn zoon dr. Johan van Munster, die later ook burgemeester van Zutphen is geweest.

Van laatstgenoemde ging op 1 augustus 1682 't Waerle over op dr. Adam Huygen, burgemeester van Doesburg. In 1723 werd het toebedeeld aan een nicht: Wilhelmina Nies. Deze weduwe Nies liet het landgoed na aan haar zoon mr. C.J.L. Nies en van deze weer op dochter A.J.Th. G. Nies, gehuwd met ds. Hummelinck, predikant te Zelhem tot 1833.

 

Het echtpaar Hummelinck verkocht het goed in 1815 aan C.C. Holl, voorheen officier in dienst van Engeland. Kosten ƒ3600. Holl bouwde een nieuwe boerderij. In 1816 bestond het landgoed uit een tot boerderij ingericht herenhuis, arbeidershuis, schaapsschot, varkenshuis, zaailand, weiland en bos, in totaal 24 ha.

 

Bij een publieke veiling is op 15 januari 1823 is het goed door Holl verkocht aan Everdina Roelofsen, echtgenote van Jacobus Heytingh, oud-rentmeester van het Bornhof te Zutphen. Bij deze veiling werd ook een deel van de begraafplaats De Waerlerkamp voor ƒ500 gekocht door landbouwer Gerrit Langeler. Langeler was tevens in het bezit van een bierbrouwerij, gevestigd in Hotel Langeler. Dit hotel heette van oudsher dan ook het Brouwershuis. Zijn zoon, J.E.T. Langeler, liet in 1821 de Brouwersmolen aan de Hummeloseweg bouwen.

Everdina Roelofsen overleed 15 januari 1828. Haar enige erfgenaam was de enige zoon van haar zuster (Hendrica Petronella): ds. Hendrik Wolterus de Wilde, predikant te Spankeren en Dieren. Hij verkreeg aldus in volle eigendom 't Waerle, waarvan de successiememorie werd geschat op ƒ3200. Hij bouwde tussen 1830 en 1834 het herenhuis. Van dit herenhuis bestaat een aquarel van dr. J.A.L. Millies. Millies was huisarts in Hengelo. Hij overleed plotseling, toen hij op het punt stond op reis te gaan, in de stationswachtkamer te Zutphen op 16 februari 1881.

In publieke veiling voor notaris Ghijm kocht De Wilde op 29 november 1833 van het echtpaar Wentholt-Bouricius voor ƒ10.000 het aan 't Waerle grenzend goed de Mettemaat, groot 4529,08 ha. Daarop stond een daghuurderswoning met erf, tuin, bos, boomgaard, bouw- en weiland.

Genoemde Hendrik de Wilde was sinds 1830 dominee in Doetinchem. Toen op 1 januari 1856 aan hem wegens voortdurende ziekte emeri­taat was verleend, werd in deze vacature voorzien door ds. B.J. Westerbeek van Eerten uit Varsseveld. Vanaf 6 april 1856 bracht hij zijn dagen door op 't Waerle. Kennelijk had hij ook een verblijf in de buurt van Doetinchem. Op en neer naar Hengelo was in die tijd geen doen, een vervoermiddel was er niet. Hij had in ieder geval wel een villa in Arnhem tegenover Sonsbeek. Ook deze heette ’t Waerle.

Ds. H.W. de Wilde overleed 17 januari 1869. Hij werd in Zutphen begraven, waar het stoffelijk overschot werd gevolgd o.a. door 6 zonen, die allen predikant waren!

 

Het geheel ter grootte van 7788,38 ha werd in 1869 voor een som van ƒ42.985 toebedeeld voor de helft aan zijn echtgenote Wilhelmina Elisabeth Noordink, die op het goed bleef wonen. De andere helft was voor de beide kinderen Johannes Noordink de Wilde (predikant te Wehl) en Adam Jan Philip Winold de Wilde (toen predikant te Gorssel, later in Doetinchem en Beilen).

 

Moeder overleed op 8 oktober 1870. Het onroerend goed ging krachtens het testament over op de beide zoons. A.J.Ph.W. de Wilde verkocht zijn deel op 20 april 1877 aan zijn broer, zodat het geheel in het bezit was van Johannes Noordink de Wilde.

 

Hij verhuurde het aan Harm Kamerlingh Onnes, de vader van professor dr. Heike Kamerlingh Onnes (Groningen 1853-Leiden 1926), de bekende Nederlandse natuurkundige, die in 1913 een Nobelprijs ontving voor de Natuurkunde voor "zijn onderzoek naar de eigenschappen van materie bij lage temperaturen, hetgeen onder andere leidde tot de productie van vloeibaar helium."

In 1908 was deze Kamerlingh Onnes er als eerste in geslaagd om helium vloeibaar te maken. Hij liet in zijn woonplaats Katwijk aan Zee een villa bouwen met de naam Het Waerle, omdat hij aangename herinneringen had aan het oude Waerle in Hengelo. In deze villa aan de Noordboulevard in Katwijk woonde prinses Juliana tijdens haar studie en in 1932 kocht ze het pand, samen met het daaraan grenzende Hoogcate.

Van 1927 tot 1929 volgde prinses Juliana colleges aan de Universiteit Leiden. Die jaren woonde zij met enkele medestudentes in Katwijk. Twee villa’s aan de Noord-Boulevard werden voor dat doel gehuurd van reder Dirk Taat. De prinses zelf verbleef in de villa ’t Waerle, terwijl haar kamerheer en haar overig personeel verbleven in de villa Hoogcate. De prinses raakte zodanig ingeburgerd in Katwijk dat ze door het dorp kon wandelen zonder nagestaard te worden.

 

Harm Kamerlingh Onnes, die dus op ’t Waerle woonde, was eigenaar van een dakpannenfabriek. Hij overleed in 1880, de grafzerk is nog altijd op de Algemene Begraafplaats te vinden in het eerste blok eerste rij, rechts van het middenpad.

Hierna ging ds. J. Noordink de Wilde zelf op 't Waerle wonen. Hij overleed op 13 november 1894. Krachtens het testament ging het hele bezit over op een neef G.J.A. Huiskes, die het in juli 1895 door notaris Koning publiek liet veilen.

Koper was Derk Groot Roessink, wonende op de boerderij en vroeger vele jaren in dienst van wijlen ds. H.W. de Wilde, die altijd zei: “Derk, mijn knecht!”.

Waarschijnlijk wilde hij meer cultuurgrond en werd het landgoed in 1896 totaal afgebroken. De sloop van het landhuis en kappen van het bos moet een enorme klus geweest zijn in 1896, daar het enige beschikbare vervoermiddel paard en wagen was!

De gracht bleef open, want in 1909 werd nog steeds melding gemaakt van een schaatsbaan:

De gracht bij 't Waerle, een kwartiertje buiten 't dorp, zoo stil en eenzaam anders, is in de laatste dagen 't aantrekkingspunt voor de Hengelosche schaatsenrijders. Al is de ijsvlakte maar van bescheiden afmetingen, de gezelligheid onder de beoefenaars der ijssport is er vooral niet minder om.

Zonder ijsvereeniging of iets van dien aard, slechts even met elkaar overlegd, en een verlichting van de baan was hedenavond in orde. 't Ging er recht vroolijk toe, en de vreemdeling, die zich hier waant in een land zonder water, zal zich moeilijk kunnen voorstellen, dat zoo'n klein plasje in z'n winterleven den menschen hier zoo vertrouwd op de schaats kan maken.

 

Later werd het terrein helemaal geëffend. De boerderij brandde in augustus 1913 af, maar werd door de familie Groot Roessink weer opgebouwd en betrokken. Tegenwoordig woont daar een kleinzoon. De huidige boerderij is de eerste rechts aan de Gompertsdijk, vanaf de Aaltenseweg. Het landhuis lag iets dichterbij het dorp, en is nu weiland.

Groot Roessink vindt nog steeds resten (steen) van het landhuis bij het ploegen. Zouden oudheidkundigen hiervoor geen belang­stelling hebben? De keldertrap en stoep van het oude landhuis zijn gebruikt bij de bouw van de boerderij.

 

 

 ©w.j.m.hermans 2001

 


Home