OLD HENGEL

 

De historie van Hengelo Gld

 


 

TWEEDE WERELDOORLOG

DE BEVRI'JDING VAN HENGEL

(in de Achterhoekse spraoke)

Hengel wier op 1 april 1945 bevri'jd deur de Canadezen. 't Was mooi zonnig weer. Umdat 't Eerste Paosdag was, hadden wi'j in onze parochiekerk un hele plechtige viering.

Ons zangkoor was sterk uut-ebreid met völle zangers, ok met evacuées uut de Betuwe en Arnhem en umgeving.

Wi'j stonden veur in de kerke; 't koor was te klein veur al die zangers. Het zol mien eerste optreden wodden as dirigent. Wi'j hadden 'n mooie Misse in-e-studeerd van Perosi (Italiaans componist). De kerke zat tjokvol.

Deur een of ander gerucht ontstond d'r beroering: "De Duitsers bunt an 't terugtrekken, maor ze haolt hier 'n razzia".

De dienst was net begonnen en wi'j hadden de Kyrie gezongen en zollen an de Gloria beginnen.

Maor naodat de eerste maoten verstrekken waarn, verstomde de hele groep zangers.

't Volk stromen de kerke uut en de zanggroep zoch ok 'n goed henkommen deur de pasteri'je en de tuin.

Tien minuten later zatten wi'j in de bossen van 't Kervel.

Toen wi'j nao 'n tiedjen niks heuren, bu'w veurzichtig op 't derp an-e-krummeld en kwammen aeven later thuus.

In de wiedte was ter 'n hèvig geknal en 't kwam steeds dichterbi'j.

De meeste luu zatten in 'n kelder, maor wi'j hadden 'n loopgraaf achter de holtmiete van de bakkeri'je en lagen daor beschut.

In de tuinen in de buurte liepen Duitse soldaoten met geweren en pantservuusten. Daor was gin verband meer in hun troepen.

Zi'j verwachten wat uut 't oosten, vanaf de Aaltenseweg. En inderdaod, de eerste Canadese tanks kwammen uut die richting.

Effen later vlaogen de kogels aover ons hen. Dakpannen en ruuten sneuvelden en onze holtmiete ving völle inslaonde projectielen op.

As t'r 'n aodempauze was, heurden wi'j 'n buurman wieterop tegen de Duitsers tekeergaon: "Gehn Sie doch wegg". Ik heurn um dat maor herhalen en verduld: Hi'j kreeg ze zowiet dat ze de straote opgingen um zich aover te geven.

Daor waarn nog wat schermutselingen. Wi'j zaggen 'n dooie Duitse soldaote op de straote liggen met kinderspölgoed um zich hen.

Zielig, daor bunt ok vaders bi'j, die kinder hebt, die ze wat met wilt brengen.

'n Paar Duitsers hadden in 'n leste fanatieke poging nog 'n kanon op 't derp e-richt.

't Projectiel trof 5 bomen die as lucifershöltjes afknapten en 't sloeg 'n gat in 't gebouw van de coöp. "De Volharding".

De bevri'jding is toch tamelijk rustig aover ons hen e-kommen a'j 't vergeliekt met andere plaatsen zo-as Deutekum dat zwaor e-leen hef.

En niet te vergetten ons eigen derp Keijenborg, waor de Duitsers alle munitie in de Boerenbond in de loch lieten vliegen. Daorbi'j waarn völle doden te betreuren.

Maor toen de Canadezen ons derp introkken, was ter natuurlijk 'n enorme feestvreugde.

Veur iederene was dit wel 't grootste moment van hun laeven. Dan besef i'j pas wat vri'jheid is, nao jaoren lange onderdrukking.

 

Deze dag zal ik nooit vergetten. Laote wi'j dankbaar waezen veur onze vri'jheid.

 

Jan Tijdink

 


 

Bevrijding 1 april 1945

 

 

In februari en maart 1945 was aan alles te merken dat de oorlog niet zo lang meer zou duren. De Duitse soldaten, die altijd een grote discipline getoond hadden, begonnen zich heel anders te gedragen. Zo zagen wij dat de loodsen van de Coöperatie dan door deze groep en de volgende dagen door weer een andere groep in beslag genomen waren.

Op een morgen bleek het kantoor opengebroken. Toen ik naar binnen wou stond de deur op een kier, maar alleen door met geweld te duwen kon ik binnenkomen. Wat bleek het geval? Op de vloer lag het vol met slapende soldaten. Met de bajonet op het geweer hadden ze die rechtop door stoelzittingen gestoken. Op de kachel stond een grote koekenpan en op de bureaus lag alles vol met lege eierschalen en vettige troep. Met deze stomdronken jongens was geen land te bezeilen. We hebben gewacht met de boel op te ruimen tot ze in de loop van de morgen waren vertrokken.

 

Op een andere morgen troffen wij aan dat ze daar een pink hadden geslacht. De huid en de ingewanden hadden ze verstopt achter de graanreiniger-machine. Weer een andere keer hing er een geslachte koe aan de lindeboom vlak voor de keuken van onze molenaar J. Antink.

's Nachts waren er veel troepenverplaatsingen. Hun spullen namen ze vaak mee op boerenwagens, maar ook wel op handkarren en zelfs een enkele keer gebruikten ze daarvoor een kinderwagen.

Ik woonde toen aan de Hummeloseweg en we waren er al aan gewend geraakt dat er iedere nacht soldaten over de straat liepen. Bij helder maanlicht verschenen er vaak Engelse jacht­bommenwerpers, waarvoor ze doodsbang waren. Ze sprongen dan in de aanwezige eenmansgaten of zochten dekking vlak langs de muren van de huizen.

 

Zo ook twee nachten voor de bevrijding. Om ongeveer kwart over twee werd er hevig op de ramen gebonkt en werden wij gesommeerd direct de deur te openen. Na mij aangekleed te hebben deed ik de voordeur open en meteen sprongen een Feldwebel en een Obergefreiter naar binnen. Ze zeiden: "Hierachter is een garage en daar moeten wij een wagen plaatsen".

Ik zei: "Dat is onmogelijk, want deze ruimte is voor opslag in gebruik en zit totaal vol met allerlei spullen". Maar er hielp geen lieve vader of moeder aan. Alles werd er uit gesmeten en de wagen werd gestald.

Toen geboden ze: "Nun müssen wir Kaffee haben".

Mijn verweer was: "De kachel is uit en ik heb geen hout kapot".

"Dan schlagen wir ein stoel kaputt", dreigden ze.

Toen heb ik maar hout gehaald en mijn vrouw geroepen om koffie (surrogaat) te zetten. Terwijl ze daarmee bezig was, zeiden ze: "Und nun müssen wir hier schlafen".

"Dat kan beslist niet", zei ik, "want wir haben Leute die aus Arnheim evakuïert worden sein".

"Müssen wir mahl sehen", zeiden ze. Nadat ze zich er van overtuigd hadden dat alles bezet was namen ze genoegen met op de vloer te slapen. Ze hadden ook geweldige honger en een restant van havermout of roggemeelspap van de vorige avond hebben ze gulzig opgeslorpt.

De volgende morgen waren ze haast niet wakker te krijgen. We hebben ze maar mee laten eten. Ze vroegen toen of wij wisten waar de Tommies waren. Wij zeiden hen dat wij gehoord hadden dat ze reeds in Ruurlo waren. Volgens hen was dat niet het geval. "Aber in Varsseveld und Halle, dort ist die Tommy", zeiden ze, dus zaten ze al dichtbij.

 

Op de weg voor ons huis stonden enkele soldaten met elkaar te praten en te lachen, waarop één verzuchtte: "So traurig und noch Humor".

Plotseling waren ze allemaal verdwenen en werd het heel stil tot de middag van 1 april (Eerste Paasdag).

Wij zaten aan tafel om te eten toen ik aan de overkant van de weg een soldaat zag staan achter een boom met de vinger aan de trekker van zijn geweer. Dan keek hij richting Keijenborg en dan weer richting Hengelo. Er kwam iemand voorbij waartegen hij met veel gebaren iets zei. Deze zette het echter meteen op een lopen. Ik meteen naar buiten om te vragen wat dit te betekenen had. "Schnell, nach die Keller, schnell, schnell, bald ist die Tommy hier, und an die Ecke von diese Strasse steht ein Kanon, und wann die schiesst, geht hier ganz alles vlack".

Toen kwam er wat paniek, want buurvrouw Giesen en kinderen kwamen ook aanlopen. Daar hadden ze geen kelder, terwijl de soldaat steeds maar herhaalde: "Schnell, schnell, bitte".

Zij zijn toen bij ons in de kelder gekomen. Daar had ik reeds enkele dagen daarvoor emmers water geplaatst en een breekijzer, een moker en een schop om op alles voorbereid te zijn. Het trapgat had ik afgedekt met dikke stukken balken.

Hoe lang wij daar gezeten hebben weet ik niet, maar voor ons gevoel was het heel lang. Toen hoorden wij niet zo lang na elkaar twee explosies. De ene was van het kanon die aan de hoek van de Kastanjelaan stond en eerst in onze richting stond opgesteld, maar plotseling was gedraaid richting Spalstraat omdat uit die richting de Tommies in aantocht waren.

De andere knal was veroorzaakt door het in de lucht laten

vliegen van het gebouw van de A.B.T.B. te Keijenborg.

Nadat het even stil was geweest kwamen vanuit het dorp enkele pantservoertuigen, waarop 'lakens' waren gespannen in heldere, effen kleuren, langzaam rijdende met de loop van het geschut gericht op de loopgraven. Er werd niet geschoten, wel werden drie Duitse soldaten, die zich achter de huizen verborgen hadden gehouden, krijgsgevangen gemaakt. Daarna trokken ze terug.

De volgende morgen, al heel vroeg, kwam een ononderbroken

stroom van militaire voertuigen vanaf de Hummeloseweg richting dorp. Ook zeer veel soldaten op Harley-motoren. Voor ons stopten enkele brencarriers; kinderen uit de buurt kwamen aangelopen en kregen allemaal de helft van een grote reep chocola. Ik zei tegen mijn vrouw: "Kijk ze hebben chocolade!".

Een soldaat hoorde dat ik wat zei, nam zo'n hele grote reep en mikte die door ons slaapkamerraam op ons bed.

Toen hebben we ons snel aangekleed en gingen langs de weg

staan. We wisten niet wat we zagen, zoveel materiaal en soldaten, onvoorstelbaar. Een morgen om nooit meer te vergeten en eindelijk vrij!!

Soldaten deelden chocolade, sigaretten en zeep uit. Eén soldaat had gezien dat ik kippen had en vroeg om een paar eieren voor de kapitein. Die moesten hard gekookt worden en daarom ging hij mee naar binnen. Mijn vrouw ging 'thee' zetten. Hij zag dat het surrogaat was. Hij liep meteen weg en kwam even later binnen met een pakje echte thee. Dat was voor ons een bijzondere belevenis; een gebeuren om nooit meer te vergeten.

 

Bernard Heerink

 

 

 

(Uit Oorlogsherinneringen, 1995)

 

 

 

 

 

 


Home