OLD HENGEL

 

De historie van Hengelo Gld

 


 

OUDSTE GESCHIEDENIS (tot 1900)

 

 

KERKELIJK LEVEN

 

Het staat vast dat het Christendom in onze streek is gebracht door Ludger, omstreeks het jaar 800. Hij stichtte in 801 een kapel in Zelhem. Bisschop Bruno had in 963 de Curtis (oftewel Hof) Heingelo nagelaten aan de monniken van het klooster St. Pantaleon te Keulen. Men neemt aan, dat zij kort hierna een kerkje gesticht hebben. Daar Bruno in Reims overleden was, werd deze kerk gewijd aan Remigius, de in 533 gestorven aartsbisschop van Reims.

Bij de toenemende invloed van het Christendom werd het oorspronkelijke kerkje, dat we ons zeker als een zeer bescheiden houten gebouwtje zullen moeten voorstellen, te klein. Op dezelfde plaats werd in de loop van enkele eeuwen een nieuwe kerk opgetrokken. Het meest opvallend aan deze kerk is de verhouding tussen de lengte en de hoogte van de toren.

De kerk is een in de stijl van de late gotiek opgetrokken pseudo-basiliek. Het koor is het oudste gedeelte, tesamen met de daarnaast gelegen sacristie en een kapel welke later het uiterste vak zou worden van de noorderzijbeuk. Het oudste bouwmateriaal was tufsteen, een vulkanische natuursteensoort, die via Rijn en IJssel en verder over land werd aangevoerd. Alleen het transport al moet een indrukwekkend werk zijn geweest.

De toren stamt uit de 15e eeuw, is 65 meter hoog en wordt gedekt door een hoge, achtkantige spits welke twee klokken bevat. De kleinste klok is de oudste (1446), de grootste dateert van 1612.

Ook muurschilderingen dateren uit de 15e eeuw, zodat is aan te nemen dat rond dat jaartal van die klok een grote bouw heeft plaatsgevonden.

 

Het klooster St. Pantaleon had in 1307 de rest van zijn bezittingen in Hengelo verloren. Deze kwamen toen aan graaf Reinald I. Enkele namen van pastoors van de kerk van voor de reformatie zijn bewaard gebleven: Godefridus (ca. 1300), Johannes Onkruyt, Johannes de Hoeven (ca. 1500) en Zweder van Zwoelen, de laatste pastoor voor de reformatie.

Over de reformatie zelf is vrijwel niets bekend; alleen dat in 1595 de eerste predikant werd geïnstalleerd. De hervorming werd voor een belangrijk deel van bovenaf ingevoerd. In 1583 vaardigden de Staten van Gelderland een plakkaat uit, die gelastte dat de pastoors en andere geestelijken van het platteland in Arnhem moesten komen om examen en rekenschap van hun geloof af te leggen. Hierop zijn verschillende pastoors tot de Evangelische belijdenis overgegaan. In 1587 verscheen er een plakkaat tegen het houden van missen en het trouwen en dopen op ‘papistische’ wijze. Een plakkaat van 1596 beval de afzetting van alle pastoors, die Gods woord niet conform de reformatie verkondigden.

Zo is ook Hengelo ‘overgegaan’. Het aantal aanhangers was in het begin klein. In 1602 werd Hengelo, samen met Warnsveld en Vorden, ingedeeld bij de classis Zutphen.

De rooms-katholieken waren toen dus verdreven uit de kerk in het dorp; het kerkelijk leven speelde zich min of meer in het geheim af, waarbij het huis Keijenborg het centrum werd. De kelder van dit huis heeft volgens de overlevering lange tijd als kerkruimte dienst gedaan. Het stond op de plek waar tot voor kort café Booltink stond. Het werd in het begin van de 17e eeuw bewoond door Berend van den Keijenborg. In het verpondingskohier uit 1650 wordt als eigenaar van ‘den Keijenborg met die brouwerije, huis en hof’ Elsken Keienbarg genoemd, die meer bezittingen had.

Na 1669 werden de godsdienstoefeningen gehouden in een zgn... schuurkerk, die voor het huis Keijenborg moet hebben gestaan. Als pastoors zijn bekend: Simon Arntzen (1669-1684), Andries van Dieren (1683-1717), Petrus Bakker (1720-1724), Theodorus Spaan (1724-1751), Wilhelmus van Dillen (1752-1767), Johannes van Munster (1767-1783), Bern. Meijer (1783-1806), Johannes Windhuis (1806-1835) en Bernardus Berendsen (1838-1872).

 

De eerste predikant na de hervorming was J. Tremoniënsis (1595). Hierna werden aangesteld R.H. van Onna (1598), Joh. Pael (1599), P. Wilbrenninck (1604) en in 1613 Matthias Zelhorst. Deze predikant keerde in 1645 terug naar de rooms-katholieke kerk, na 31 jaar in Hengelo gestaan te hebben. De beroering was groot bij zijn kleine kudde. Hij werd in 1648 opgevolgd door Th. Rumpius. Diens zoon H. Rumpius werd predikant in 1681 tot hij in 1688 uit zijn ambt ontzet werd. Th. Groen was daarna de predikant en van 1695 tot 1723 H. Janknegt. Hierna volgde een periode van 99 jaar waarop drie generaties van de familie Snethlage op de kansel stonden.

In het boek Eeuwigheden staan de volgende onderwijzers genoemd in deze periode: Joh. Pael  tot 1595, Daniel Swave tot 1597 (vlucht), Joh. Pael even, opvolger Hermanus Brumanus (in 1604, mogelijk langer).

 

© w.j.m. hermans 2007

 

 


Home