OLD HENGEL

 

De historie van Hengelo Gld

 


 

OUDSTE GESCHIEDENIS (tot 1900)

 

 

Het ontstaan van Hengelo Gld

1200-jarig bestaan vergeten

Hoe lang er mensen wonen op de plaats waar Hengelo Gld. ligt, is niet bekend. Er zijn ter plekke nooit prehistorische opgravingsvondsten gedaan. Wel in de buurt, bij Wichmond en Zelhem. Inmiddels is bekend dat er al in 801 stukken grond in de huidige gemeente Hengelo werden verhandeld. Op dat document baseerde Zelhem het 1200-jarig bestaan in 2001! Een prachtige gelegenheid om dit samen te vieren liet men aan zich voorbijgaan. Daarover later meer.

Het oudste document waarin Hengelo zelf genoemd wordt, dateert van omstreeks 963. Het is een testament van de toenmalige

bisschop van Keulen, Bruno. Hij was een man uit aanzienlijke familie; zijn vader was de Duitse keizer Hendrik I “de Vogelaar”, moeder Mathilde stamde van de beroemde koning Widukind af. Bruno beschikte over een groot aantal bezittingen, ook in het hedendaagse Oost-Gelderland, dat toen onder zijn bisdom viel. Een van deze bezittingen was de Villa Heingelo, een soort landgoed dat op de plaats van het huidige dorp Hengelo gelegen zou hebben. In zijn testament bepaalde hij dat Heingelo na zijn dood in bezit zou komen van de monniken van het Benedictijnenklooster St. Pantaleon te Keulen.

Dit klooster was enkele jaren door Bruno zelf gesticht. Dit landgoed moet dus eerder zijn gebouwd, maar hierover is niets bekend;

het kan ook al vele eeuwen ouder zijn. Eigenlijk is net zo min bekend of deze Villa ook maar iets met Hengelo te maken heeft,

of mogelijk op een andere plaats heeft gelegen. Er zijn ook heel andere theorieën over de afkomst van de naam Hengelo.

Zo beweert Van der Veen in Bijdragen en Medeelingen, deel I, 1898, blz. 93-94, dat het misschien een verbastering is van de Agistaldaburg.

Ik kan in de verste verte geen gelijkenis ontdekken, maar Van der Veen baseerde dit op een brief uit 1046, waarin de grenzen

vastgelegd waren van het district de IJsselgou.  Zelhem viel hier net buiten en Agistaldaburg was een hoekpunt van dit district,

waarvan de grens liep door een bos tussen Steenderen en Agistaldaburg.

Reden om aan te nemen dat Agistaldaburg ongeveer op de plaats van het tegenwoordige Hengelo.

Het blijft derhalve gissen, zo lang er geen nieuwe vondsten of ontdekkingen gedaan worden.

Ergens onder de grond moeten mogelijk nog resten van het klooster liggen. Het valt aan te nemen dat monniken vlak na de dood

van Bruno in 965, zich in het genoemde klooster vestigden. Doorgaans hielden ze zich met agrarisch werk bezig en stichtten ze een kapel of kerk in de buurt.

Hengelo en Zelhem hebben heel lang tot het bisdom van Munster behoord, als een uitschieter in een gebied dat verder onder bisdom Utrecht viel. De band met Munster eindigde in 1562, toen bij de indeling van nieuwe bisdommen Hengelo onder Deventer viel.

Blijkens een oorkonde uit 1152 berustte de wereldlijke rechtsmacht in die dagen bij het graafschap Loon.

In deze oorkonde is een overeenkomst vastgelegd tussen Frederik II, bisschop van Munster, en Godschalk van Loon.

Deze laatste erkende dat hij de rechtsmacht in de parochies Loon, Winterswijk, Aalten, Varsseveld, Zelhem en Hengelo aan de bisschop ontleende. De invloed van de graven van Loon (ten oosten van Winterswijk) eindigde voor Hengelo en Zelhem in 1255 toen Herman van Loon de jurisdictie over dit gebied verkocht aan Otto II, graaf van Gelre en Zutphen. Onder diens kleinzoon Reinald II nam de macht van het Gelders-Zutphense graafschap belangrijk toe. Talrijke edelen onderwierp hij, verkreeg hun goederen in bezit om ze hun daarna als een leengoed “ten Zutphense rechte” terug te geven. Wanneer een goed een Zutphens leen geworden was, mocht het bij versterf niet verdeeld worden onder de erfgenamen, maar bleef in één hand. Hierbij werd de oudste boven een jongere en een mannelijke boven een vrouwelijke erfgenaam gesteld.

Widapa

Speurtochten in Zelhem naar aanleiding van het ‘1200-jarig bestaan’ aldaar leverde ook voor Hengelo interessant materiaal op.

Aan het einde van de 8e eeuw gaf Helmbald uit Saleheim (Zelhem) aan dat hij samen met zijn naasten op een wettige wijze een stuk grond in WIDAPA wil ontginnen. Er waren blijkbaar al bepaalde rechten op dat stuk grond van een eigenaar, waarschijnlijk de Frankische graaf Wrachter die omstreeks 800 langs de Gelderse IJssel de macht had. Helmbald vroeg ook toestemming aan de buren die de grond ook gebruikten. Nadat Helmbald aan de slag ging met zijn ontginning werd ook een bijvank ontgonnen.

Een bijvank is een stuk grond dat vlakbij een ander reeds ontgonnen gebied ligt. Helmbald gaf deze bijvank in het jaar 801 aan Liudger als een vrome schenking.

Dit was een officiële gerechtelijke overdracht. Helmbald verzocht of hij en zijn zoon de helft van het stuk grond in leen kon krijgen voor de rest van hun leven. Voor het vruchtgebruik moest hij op Paasdag een schelling betalen. Dit bedrag was voor kaarsen in de kerk, mogelijk die van Wichmond, die Liudger vlak daarvoor had gesticht. Liudger gaf toe aan het verzoek. Of de overdracht op het terrein Widapa heeft plaats gevonden, en of Liudger daarbij aanwezig was, is niet bekend. Wel is een concept gemaakt van de overeenkomst op perkament, dat later in het klooster van Werden werd uitgewerkt. In de 10e eeuw is in Werden een overzicht gemaakt van alle eigendommen. Dit is bewaard gebleven, alsmede de oorkonde van de overdracht.

Nog steeds zult U zeggen, wat heeft dit met Hengelo te maken. Welnu, waarschijnlijk was Seleheim toen groter dan nu en behoorde het deel waar nu Hengelo ligt toen bij Zelhem. Hengelo heeft zich later binnen dat gebied ontwikkeld. Later vormde Hengelo met Zelhem en Covik in Steenderen samen ’t Gooi.

Widapa (bosbeek) verbasterde later in Wideplo en dat heette later Weppele. En Weppele lag … in Bekveld in Hengelo! Weppele lag aan de Dunsborger Laak tegenover de Banninkskamp, dat deel uitmaakte van het uiteengevallen en verdwenen goed Klein Bannink. Het grensde aan de huiskamp van

boerderij Fokking. De Weppelerbeek of Dunsborger Laak stroomde langs de noord- en westgrens van de Banninkskamp. Het grondstuk De Weppele werd later opgenomen in het inmiddels verdwenen landgoed Averenck. Hiernaar is nog wel een boerderij in de buurt genoemd.

Op de plek van Widapa is in 2001 een gedenksteen geplaatst (bij de zuiveringsinstallatie).

Wat kunnen we hieruit concluderen? Misschien dat Hengelo en Zelhem het 1200-jarig bestaan samen hadden moeten vieren. Eigenlijk is het heel eigenaardig dat Zelhem dit eeuwfeest vierde naar aanleiding van een oorkonde die handelde over grondgebied gelegen in Hengelo! Maar het is lastig zo’n oorkonde

te plaatsen in de juiste context. Het roept alleen maar meer vragen op:

Het enige dat we zeker weten is dat er een stukje grond van eigenaar verwisselde. Widapa moet dus al voor het jaar 801 bestaan hebben. Het lag binnen het huidige grondgebied van Hengelo, dat mogelijk toen behoorde tot Zelhem. We weten ook dat in 963 de villa Heingelo opduikelt. Wanneer die precies is ontstaan en in welk verband deze geplaatst moet worden, zal misschien nooit aan de nevelen der oude geschiedenis worden onthuld.

Maar Hengelo had in 2001 net zoveel recht om het 1200-jarig bestaan te vieren als Zelhem, wat een gemiste kans om dit bv. samen te vieren!

 

Gelre

Oudere documenten zullen waarschijnlijk nooit gevonden worden, hooguit een keer een opgraving.

Van de periode voor de kerstening in de 8e eeuw is vrijwel niets bekend. Van enig bestuur was geen sprake, zelfs de Romeinen, toch zo dicht bij, hebben hier nooit hun gezag gevestigd. Met de komst van de kerk kwam er voor het eerst iets van organisatie tot stand. Kerkelijke gezagsdragers verwierven zich her en der ook wereldlijke macht en bezittingen (boerderijen, havezathen).

Later deden dit ook niet-kerkelijke heren.

Aan het einde van de 9e eeuw was er plots sprake van een graafschap Hameland. Waar de grenzen hiervan zijn niet bekend. Na 1020 verdween de naam weer geheel in de mist. Even later ontstond de graafschap Zutphen. De graaf was wel een machtig man met vele bezittingen, maar had nog niet de zeggenschap over de hele streek. Zo had de bisschop van Keulen ook veel eigendommen hier. Omstreeks 1110 trouwde de dochter van de Zutphense graaf Otto met de graaf van Gelre, een edelman uit de regio Roermond met een groeiend bezit in Gelre. Sinds 1110 waren de graaf van Zutphen en de graaf (vanaf 1339: hertog) van Gelre dezelfde persoon. Onder leiding van die hertog van Gelre ontwikkelde zich in de loop van de 14e en 15e eeuw in de streek een geregeld bestuur. Er kwamen ‘belastingplakkaten’, de jurisdictie over de gebieden werd meer dan voorheen afgepaald en er ontwikkelde zich een bestuursorganisatie. Als vertegenwoordiger van de graaf in de wat grotere plaatsen werden ‘richters’ aangesteld. Hun bestuurseenheid heette een ‘richtersambt’, vergelijkbaar met onze gemeenten.

Gelre als geheel was verdeeld in vier kwartieren: de Graafschap Zutphen, de Veluwe, de Betuwe en Roermond.

Aan het hoofd van elk kwartier stond een drost. Aan het bestaan van het hertogdom Gelre kwam feitelijk een einde in 1543, toen het gebied opging in het Bourgondische rijk van Karel V. De door de hertogen in het leven geroepen bestuursstructuur bleven wel voortbestaan tot in de Franse tijd.

 

 

© w.j.m. hermans 2007

 


Home